Hoogbegaafdheid in de klas

Misschien heb je je als leerkracht al verdiept in hoogbegaafdheid, misschien ook niet. La Luna heeft heel eigen denkbeelden over hoogbegaafdheid, gestoeld op een hele lange ervaring. Dit is een van de redenen waarom deze website gemaakt is. Wij willen hier kort toelichten wat onze visie is. 

Men noemt mensen hoogbegaafd als ze in ieder geval een hoge intelligentie hebben. Die hoge intelligentie begint bij een IQ van 130. Dit is meteen een probleem. Bij hoogbegaafde kinderen (en volwassenen) die 'vast zitten', komt die hoge score er vaak niet uit. Wij kijken dan ook niet zozeer naar die score en ook niet altijd naar de schoolse resultaten. Voor ons is het interessanter op welke manier een kind denkt, hoe het bepaalde situaties ervaart en hoe het reageert in die situaties.

Hoogbegaafde mensen denken en voelen anders dan anderen. Ze zijn vaak zeer gevoelig (bijvoorbeeld voor onrecht, maar zeker ook voor kritiek) en voelen zich daardoor snel geraakt en zelfs gepest en/of buitengesloten. Maar omdat ze door hun gevoeligheid vaak heftig reageren wórden ze ook sneller gepest of buitengesloten en kunnen ze zich echt heel eenzaam voelen. Hoogbegaafde kinderen hebben dan ook best vaak hulp nodig op sociaal en emotioneel gebied. In sommige gevallen ontwikkelen hoogbegaafde kinderen 'overlevingsgedrag', gedrag dat eigenlijk niet bij hen past, maar dat ze laten zien omdat ze zich niet begrepen en onveilig voelen. Zie hiervoor Over ons/La Luna.

Denkkinderen leren ook anders. Dan hebben we het niet over top down denken of iets dergelijks. Nee, we hebben het dan over typische kenmerken van denkkinderen (ook van volwassenen trouwens) die voor problemen kunnen zorgen in hun leerproces. Wij noemen dit de valkuilen van denkkinderen (of denkmensen) en deze valkuilen, gekoppeld aan een stevige dosis koppigheid die veel denkmensen kenmerkt, kunnen kinderen laten blokkeren in hun leerproces. Wij proberen kinderen deze valkuilen te leren benutten, om verder te komen in hun leer- en denkproces. We zullen een aantal van die valkuilen hier kort noemen:

  • Een opdracht/vraag niet goed lezen.
  • Niet teruglezen in de tekst om antwoorden te vinden.
  • Denken dat ze ‘het wel weten’.
  • Niet vaak genoeg de stof herhalen om iets te leren.
  • Hun eigen manier hebben om dingen te doen.
  • Niet om hulp willen of durven vragen.
  • Antwoorden niet compleet opschrijven (het antwoord wel in het hoofd hebben, maar slechts een paar woorden opschrijven).
  • Veel te korte antwoorden geven.
  • Sommen uit het hoofd maken en weigeren een kladblaadje te gebruiken.
  • Stress vanwege drukte in de klas, bang dat de leerkracht boos zal worden.
  • Stress voor toetsen, tot regelrechte paniek.
  • Fouten niet erkennen, maar ontkennen.
  • Alles als een wedstrijd ervaren.
  • In de traagheid schieten.
  • Er niet tegen kunnen dat anderen eerder klaar zijn of minder fouten hebben.

Misschien herken je als leerkracht een aantal van deze valkuilen bij leerlingen, maar misschien ook niet. Heel vaak snapt het kind zelf niet waarom het dingen fout heeft, maar weigert het bijvoorbeeld ook om fouten te verbeteren.

Denkkinderen zijn vaak zeer bedreven in het verstoppen van hun gevoelens en daarom merk je het niet snel in de klas. Ze voelen het in hun buik, maar zullen er zeker niet snel over praten. Misschien herken je wel de stress voor toetsen, maar laat het kind zich niet ‘helpen’. Het adagium 'foutjes maken mag', komt bij een hoogbegaafd kind niet binnen: foutjes maken mag het van zichzelf namelijk niet.

Terug naar Info leerkrachten