Datum: 5-12-2025
Bron: Livescience.com
In zijn boek One Hand Clapping onderzoekt neurowetenschapper Nikolay Kukushkin hoe het menselijk bewustzijn is ontstaan. Hij stelt dat veel verklaringen voor menselijke uniciteit zich richten op hoe we zo intelligent werden, maar niet op waarom we dat moesten worden. Intelligentie wordt vaak gezien als vanzelfsprekend wenselijk, maar dat is een misvatting.
Een groot brein is evolutionair duur: het kost veel energie, is zwaar en kwetsbaar. Voor de meeste diersoorten levert extra intelligentie te weinig voordeel op. Als grotere hersenen echt nuttig waren geweest voor bijvoorbeeld neushoorns, zouden zij die allang hebben ontwikkeld. De juiste vraag is dus niet waarom mensen “wonnen”, maar waarom wij supercomputers nodig hadden terwijl andere soorten genoeg hadden aan simpele rekenmachines.
Het antwoord ligt mogelijk in ons sociale leven. Bij primaten blijkt de grootte van de hersenschors sterk samen te hangen met de grootte van hun sociale groepen. Mensen hebben de grootste groepen (ongeveer 150 stabiele relaties) én de grootste relatieve hersenschors. Sociale interactie is cognitief extreem veeleisend: het vraagt om het voortdurend modelleren van gedachten, emoties en relaties van vele anderen.
Volgens de social brain hypothesis was het deze sociale complexiteit die onze intelligentie aandreef. Factoren als rechtop lopen en vlees eten maakten grotere hersenen mogelijk, maar sociale relaties maakten ze noodzakelijk. Niet werk of geweld, maar anderen staan centraal in wie wij zijn.
Ons vermogen tot taal, symbolen en cultuur is het eindpunt van een lang evolutionair proces waarin steeds grotere sociale groepen steeds grotere en complexere hersenen vereisten. Daarmee werd het ontstaan van de mens uiteindelijk onvermijdelijk.